
Op basis van de meerjarenvisie “Zicht op Nederland (ZoN),
Datagedreven samenwerken aan de fysieke leefomgeving”
heeft het ministerie van VRO samen met het beraad voor
Geo-informatie de werkagenda Zicht op Nederland
opgesteld. Om grote ruimtelijke uitdagingen aan te
pakken. Maar hoe krijgen wij goed zicht op Nederland?
In de visie benadrukt de overheid het belang van een verantwoorde omgang van geodata en geoAI. Vanuit Geonovum is onderzocht hoe overheidsinstellingen, kennisinstellingen én het bedrijfsleven in het ruimtelijke domein verantwoord omgaan met geodata en GeoAI. En welke kaders, richtlijnen en andere instrumenten daarbij gebruikt worden.
Er zijn gesprekken gevoerd met overheden, zoals verschillende provincies, het CBS en de VNG. Met kennisinstellingen, zoals onder meer de Universiteiten van Wageningen, Twente en Groningen. En met het bedrijfsleven, in nauwe samenwerking met GeoBusiness. Gesprekken zijn onder meer gevoerd met Neo, Esri en Geon. Iedereen veel dank voor de fijne, open en eerlijke gesprekken. Dit zijn onze belangrijkste bevindingen:
We kunnen veel leren van elkaar
Tijdens onze gesprekken met kennisinstellingen, bedrijven en overheden werd duidelijk dat zij allemaal verschillend omgaan met ethiek. Zo benadrukten bedrijven vooral hoe hun missie, kernwaarden en organisatiecultuur bijdragen aan het stimuleren van ethiek. Overheden waren vaak enthousiast over ethische commissies en ondersteunende aanpakken/instrumenten en kennisinstellingen leken ethiek het meest geïntegreerd te hebben in hun processen, mede omdat de Scientific Code of Conduct for Research daar verplicht is. Iedere instelling heeft dus een eigen benadering voor het borgen van data-ethiek.
Er worden jammer genoeg onderling weinig gesprekken gevoerd hierover. Weinig gesprekspartners gaven aan ervaringen en benaderingen uit te wisselen met anderen. Als dit gebeurt dan is dat vooral met soortgelijke organisaties. Er is wel belang bij het delen van voorbeelden. Tijdens onze gesprekken hebben we talrijke mooie voorbeelden voorbij zien komen: Zo eist de Raad voor Accreditatie van de WUR dat ethiek terugkomt in het hele curriculum van datarijke vakken, ook in leerdoelen en beoordelingscriteria; de RUG start net een nieuw project waarin een digitale tweeling wordt ontwikkeld vanuit co-creatie workshops met verschillende belanghebbenden, waarin de waarden inclusiviteit en doelmatigheid centraal staan; ESRI brengt meer bewustwording m.b.t verantwoord data/technologiegebruik naar haar klanten; Neo neemt haar waarden mee in sollicitatieprocedures, bij het bepalen of een kandidaat goed bij het bedrijf past; het CBS hanteert eigen kernwaarden, die ook worden meegenomen door een ethische commissie.
Mensen zijn benieuwd naar hoe anderen ethiek succesvol implementeren in hun organisaties en hoe of welke kaders ze gebruiken. En ook voorbeelden van momenten/processen die nog niet zo goed gaan zijn ontzettend leerzaam om onderling te bespreken. Er is behoefte aan een plek waar use-cases, good-practices en vraagstukken gedeeld kunnen worden. Niet alleen tussen instellingen van dezelfde aard, maar ook tussen hele andere verhoudingen. Zo kunnen we elkaar inspireren, hoeven we niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden of dezelfde fouten te maken en zouden we zelfs kunnen komen tot een handreiking verantwoord geodata-gebruik, gebaseerd op lessen uit de praktijk.
Tijd en aandacht nodig op alle niveaus
Vaak zijn organisaties gericht op compliance en het voldoen aan de wet, terwijl ethiek verder gaat. Ethiek kan je niet vatten in een checklist, maar wel in een goed gesprek. Uit ons onderzoek blijkt dat veel organisaties het thema digitale ethiek als tijdsintensief en lastig implementeerbaar ervaren. Er is weliswaar interesse en bewustzijn van het belang van ethiek, maar volgens onze respondenten is er over het algemeen niet genoeg tijd en prioriteit. Dit merkten wij ook: het was moeilijk gesprekken in te plannen met organisaties.
Om ethiek een hogere (tijds)prioriteit te geven, is meer bewustwording en implementatie nodig op alle niveaus binnen een organisatie — bestuur, beleid én uitvoering. Pas dan wordt ethiek haalbaar. We hebben gemerkt dat (ongeacht het type instelling) de borging van data-ethiek vaak begint bij individuen, maar al snel moet worden opgepakt op management/bestuursniveau om daadwerkelijk prioriteit te krijgen. De grootte van de organisatie speelt hier ook een rol in: Hoe groter de organisatie, hoe belangrijker het is ethiek formeel in te bedden. Om voldoende tijd en aandacht op ethiek te garanderen, is dus beleid vanuit de organisatie en intrinsieke motivatie van werknemers nodig.
Het mooie is ook dat als overheidsinstanties digitale ethiek meer gaan prioriteren, samenwerkingspartners dat ook gaan voelen. Als de overheid bepaalde handelingen of reflectiemomenten binnen processen verplicht, dan moeten samenwerkingspartners hier rekening mee houden en hun processen aanpassen. Wellicht worden deze nieuwe processen vervolgens gestandaardiseerd zodat ethiek ook onderdeel is van opdrachten waar de overheid geen rol in speelt.
Het belang van een veilige en vrije cultuur
Juist omdat de aandacht voor dit thema vaak vanuit individuen of kleine groepen moet komen, is een veilige organisatiecultuur essentieel. Voor het starten en voeren van ethische discussies is een organisatiecultuur nodig waarin mensen worden gestimuleerd om hun perspectieven, twijfels, ongemakken en meningen te delen. Daarbij is belangrijk dat iedereen zich gehoord voelt en serieus wordt genomen. Wanneer individuen zich vrij voelen om zich uit te spreken en ethische discussies durven aan te wakkeren, kunnen zij een mogelijk startpunt vormen van een organisatiebrede verandering.
Definieer geldende waarden
De bron van ethiek zijn waarden. Een aantal organisaties hebben kernwaarden vastgesteld die leidend zijn in alle processen en vraagstukken (denk aan een waardenkader of een missie/visie). Dat helpt bij het implementeren van ethiek op organisatie en project-/onderzoeksniveau. Weinig organisaties hielden hierbij expliciet rekening met de gevoeligheden van data uit het ruimtelijk domein. Een apart waardenkader voor ‘geo’ is hierin ook niet wenselijk: geo-ethiek dient geïntegreerd te worden in het algemene verhaal van data-ethiek (aldus, de respondenten).
Geen gebrek aan kaders, wel gebrek aan gebruik
In het algemeen constateren wij dat er geen gebrek is aan ethische kaders en instrumenten maar dat organisaties ze soms niet kennen, niet weten te vinden of door de grote hoeveelheid aan ondersteuning niet weten welke toe te passen. Er is weinig behoefte aan meer kaders/instrumenten.
Vanuit de gesprekken kwam ook naar voren dat vaak de kennis en ervaring ontbreekt om überhaupt een ethisch dilemma/vraagstuk te herkennen. Als mensen op de werkvloer, beleidsmakers en strategen niet herkennen wanneer een ethisch vraagstuk speelt, dan gaan ze ook niet opzoek naar kaders/richtlijnen om dat vraagstuk te bespreken. Stap 1 is dus de bewustwording rondom digitale ethiek: wanneer is er sprake van een ethisch vraagstuk? Stap 2 is ervoor zorgen dat bestaande kaders goed vindbaar zijn, zodat organisaties zich bewust worden van de instrumenten die er al zijn, zoals bijvoorbeeld de Ethische Referentie.
Daarnaast dienen organisaties zelf actief, creatief en buiten hun eigen bubbel kaders en richtlijnen op te zoeken die aansluiten op de benodigde ondersteuning. Zo hebben bijvoorbeeld de hulporganisaties Oxfam en Unicef kaders ontwikkeld zoals de Do-No-Harm principes. Hoewel deze principes zijn opgesteld voor het verantwoord omgaan met kwetsbare gebieden, kunnen ze ook in Nederland worden toegepast.
Veder bleek uit de gesprekken dat, hoewel geodata ‘speciaal’ is, bestaande kaders in data ethiek en AI (ook al zijn die niet specifiek gericht op ruimtelijk data) ook nuttig kunnen zijn. De Europese richtlijn voor 'Trustworthy AI' van de High-Level Expert Group (HLEG) kan bijvoorbeeld ook gebruikt worden voor verantwoorde GeoAI-toepassingen. Het is hierbij wel belangrijk om te benadrukken dat het geo-aspect van locatiegegevens nog steeds extra ethische aandacht verdient maar dat bestaande kaders vaak goede ondersteuning kunnen bieden
Wat nu?
Elke organisatie heeft een eigen aanpak op hoe ze ethiek in hun processen wel of niet integreren. Om ethiek goed te borgen is het belangrijk om samen te werken en samen te leren. Kijk en handel over de grenzen van de eigen organisatie, blijf nieuwe ontwikkelingen volgen, zoek naar kaders en richtlijnen passend bij de vraagstukken waar data of AI voor worden ingezet, en vraag aan anderen wat zij doen. Verzamel en deel voorbeelden met elkaar. Zoek elkaar op en wees open over je vraagstukken en geleerde lessen. Dit stimuleert gemeenschappelijke voortgang op het gebied van ethiek.
Ondanks de complexiteit van ethiek en ruimtelijke data is het noodzakelijk om er blijvend aandacht aan te besteden op alle lagen van de organisatie. Met aandacht op ethiek stimuleer je betrokkenheid, creëer je waardevolle samenwerkingen en participatie van primair belanghebbenden, ontstaat er meer wederzijds begrip en vertrouwen, en lever je kwalitatief hoogwaardigere producten. Kortom, met ethiek heb je meer impact binnen de opgave.
Het is aan te bevelen om ethiek in de dagelijkse herkenbare praktijk te verwerken, in de waan van de dag te integreren. Borg bijvoorbeeld ethische kaders en richtlijnen in specifieke processen (zoals bestuurlijke besluitvorming, het inkoopproces, het proces van werving en selectie en projectmanagement) en in specifieke vraagstukken (zoals de inzet van drones voor cameratoezicht in de openbare ruimte en herkenning van zonnepanelen op satellietbeelden met behulp van AI). Door kaders en richtlijnen toe te spitsen op specifieke processen en vraagstukken wordt ethiek concreet, begrijpelijk, herkenbaar en toepasbaar.
Geonovum 2024 tbv GeoSamen
auteurs: Frank Verschoor, Emily Daemen en Mathilde Wuite